Kostwinner ziek, gezin in de problemen

Ik werkte mee aan dit artikel van Rentsje de Gruyter in NRC Handelsblad van 30 Januari 2019.

Hoe perk je (financiële) risico’s in, als één persoon het geld verdient voor alle gezinsleden? Wat doe je als bijvoorbeeld de kostwinner ziek wordt? Financieel adviseurs geven tips.

Nederland staat bekend als hét anderhalfverdienersland. Maar van de ongeveer drie miljoen stellen onder de AOW-leeftijd (die officieel dus nog kunnen werken) zijn er meer dan 600.000 bij wie slechts één persoon het geld binnenbrengt. Dat wees onderzoek van CBS afgelopen zomer uit. 

Kostwinner ziek

Degene die stopt met werken, meestal nog de vrouw des huizes, loopt daarbij het meeste risico. Te weten dat er op een dag te weinig inkomen binnenkomt om fatsoenlijk van te kunnen leven. Bijvoorbeeld als de kostwinner ziek wordt, arbeidsongeschikt raakt of sterft.

Al heeft de kostwinner zelf natuurlijk ook een probleem als de niet-werkende partner wegvalt en hij of zij ineens alléén de zorg voor het huishouden en de kinderen moet regelen. Maar dan is er tenminste nog een inkomen om dat van te betalen.

Een ander risico voor de niet-werkende is dat diens pensioen straks lager uitvalt omdat hij of zij, ervan uitgaande dat die persoon eerder wel in loondienst was, geen pensioenpremie meer betaalt voor de opbouw van zijn of haar pensioen.

Als je Sabine Barthel, die vermogende families en ondernemers begeleidt bij allerhande financiële en fiscale vraagstukken, om haar persoonlijke mening vraagt, zou ze het elk stel ontraden – het kostwinnersmodel. Vanwege de grote financiële risico’s die het met zich meebrengt. 

Om maar te zwijgen van de financiële ramp die zich voltrekt als een eenverdienersstel gaat scheiden. Geen gering risico: van alle gehuwden doet 38,8 procent dat, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Onder de samenwoners eindigen nog meer relaties.

Nachtmerriescenario

Dan maar niet voor het kostwinnersmodel gaan? Zo simpel ligt dat niet. Mensen kunnen religieuze of opvoedkundige opvattingen hebben die hen in die richting leiden. 

Het nachtmerriescenario van Barthel is dat een stel niks doet om de risico’s te ondervangen. Maar hoe moet je dat dan aanpakken? Tip één is om met een financieel planner aan tafel te gaan zitten. Ja, dat is duur: navraag bij financieel planners leert dat dit ongeveer 2.000 euro kost voor een volledig uitgewerkt financieel plan. 

Maar een goed financieel planner legt alle risico’s en financiële consequenties wel voor en gaat bovendien na welke keuzes een stel daarin wil maken. Zo wordt helder welke risico’s twee geliefden acceptabel vinden als bijvoorbeeld de kostwinner ziek wordt en of zij hierover van mening verschillen.

Volgens Barthel daarom van groot belang: „Je voorkomt dat mensen uitgaan van onuitgesproken verwachtingen. Bijvoorbeeld over de verdeling van het pensioen dat de kostwinner opbouwt. Of over het aantal dagen dat de niet-werkende weer aan de slag gaat, als het tot een scheiding komt of de kostwinner bijvoorbeeld onverwacht ontslagen wordt.”

Het voordeel van dit alles met een vreemde erbij bespreken, is volgens zelfstandig financieel planner Hanneke Wolff-Rierink dat „een niet sexy en potentieel explosief onderwerp zakelijk blijft. Tijdens onze opleiding leren we ook welke gesprekstechnieken je daarvoor moet gebruiken.”

Buffer opbouwen

Hoe langer van tevoren je met de voorbereidingen begint, hoe beter. Meestal is er namelijk aardig wat geld nodig om een buffer op te bouwen, om (tijdelijk) op terug te vallen als er iets misgaat. Voor zo’n buffer heb je tijd nodig om te sparen en dat is makkelijker als je beiden nog werkt: dan komt er nog meer binnen. 

De financieel planner brengt vervolgens met behulp van speciale software in kaart hoe hoog de totale buffer moet worden en hoeveel je daarvoor per maand opzij moet leggen. En informeert over andere opties, zoals een (extra) overlijdensrisicopolis. 

Aanrader is om de duur van de kostwinnersperiode duidelijk te begrenzen. Dat maakt het rekenwerk makkelijker en dwingt je om keuzes te maken. Bovendien, hoe langer deze periode duurt, des te zwaarder de risico’s en dus de financiële consequenties zijn. 

Kies ook voor een gecertificeerde en niet aan een bank of verzekeraar verbonden planner: het is geen beschermd beroep en je wilt geen zwakke broeder, of iemand die vooral de financiële producten van bepaalde partijen probeert te slijten.

Een andere tip is om niet helemáál met werken te stoppen. Wolff-Rierink: „Blijf desnoods één dag per week werken, of twee.” Als de nood dan aan de man is, kom je makkelijker en sneller aan (meer) werk. Blijf om dezelfde reden ook regelmatig afspreken met oud-collega’s en andere werkcontacten of volg een cursus of opleiding.

Belangrijke vragen voor eenverdienerstellen

1.Scheiding

  • Gaat de thuisblijver na een scheiding weer werken, hoeveel dagen?
  • Hoe lang duurt het voordat hij/zij weer werk heeft?
  • Accepteert hij/zij werk onder zijn of haar niveau als het niet lukt?
  • Is een spaarpot nodig ter overbrugging, en hoeveel is dan nodig?
  • Voor samenwoners: is er al een notarieel samenlevingscontract?
  • Staat daarin dat de partner recht heeft op de helft van het pensioen van de kostwinner? En is de partner aangemeld bij het pensioenfonds van de kostwinner? 

2.Ontslag of werkloosheid

  • Zie ook de vragen onder ‘scheiding’: gaan jullie, wanneer de kostwinner wordt ontslagen of werkloos wordt, beiden weer werken? 
  • Valt (tijdelijk) te leven van een WW-uitkering, de bijstand, een eventuele transitie- of ontslagvergoeding?

3. Ziekte of arbeidsongeschiktheid

  • Zie ook de vragen onder ‘scheiding’: is een aanvullende verzekering tegen inkomensverlies nodig als de kostwinner ziek wordt, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov)?
  • Voor zelfstandige kostwinners: ben je aangesloten bij een zogeheten Broodfonds?

4.Overlijden

  • Zie ook de vragen onder ‘scheiding’: is er een overlijdensrisicoverzekering (orv)? Is die verpand? Is een tweede orv, voor vaste lasten buiten de hypotheek, misschien een idee?

5.Pensioengat 

  • Zit je in loondienst en stop je met werken? Je mag nog (maximaal) drie jaar bij je eigen pensioenfonds blijven, mits je de (hoge!) premie betaalt, inclusief het deel dat je werkgever eerst betaalde.
  • Of ga je als niet-werkende geld opzij leggen en beleggen ter aanvulling? Hoeveel is dan nodig?